Ganzen

kelpgans (Chloephaga hybrida)
Wereldwijd zijn er ongeveer 50 soorten ganzen. Deze soorten kunnen worden ingedeeld in ganzen van het zuidelijk halfrond (o.a. Nijlgans, Alopochen aegyptiacus en Magehaengans Chloephaga picta) en ganzen van het noordelijk halfrond (o.a. de inheemse soorten).

Wereldwijd zijn er ongeveer 50 soorten ganzen. Deze soorten kunnen worden ingedeeld in ganzen van het zuidelijk halfrond (o.a. Nijlgans, Alopochen aegyptiacus en Magehaengans Chloephaga picta) en ganzen van het noordelijk halfrond (o.a. de inheemse soorten). Twee 'noordelijke' soorten zijn gedomesticeerd: de gedomesticeerde vorm van de zwaangans (Anser cygnoides) is bekend als de knobbelgans en gedomesticeerde rassen van de grauwe gans (Anser anser) zijn bekend als boerengans, toulouse gans, Twentse gans enz. Beide gedomesticeerde ganzensoorten hybridiseren regelmatig en alle gedomesticeerde ganzenrassen en hun hybriden worden wel samengevat onder de naam 'parkgans'. 

Voedsel

Ganzen zijn vrijwel uitsluitend vegetariers die leven van waterplanten en gras. Ook in gevangenschap is gras het beste voedsel. Dit kan worden aangevult met watervogelkorrels. Brood en graan is minder geschikt omdat het een erg hoog zetmeelgehalte heeft. Van teveel brood en graan worden ganzen vet. Om plantaardig voedsel te kunnen vermalen eten ze regelmatig kleine steentjes (grit). In hun maag vermalen ze met behulp van deze steentjes hun voedsel. Ook in gevangenschap slikken ganzen graag steentjes in. Wanneer ze langere tijd geen steentjes ter beschikking hebben gehad willen ze nog wel eens veel steentjes ineens opeten. Het is dus beter om de steentje in het begin geleidelijk aan te geven, in kleine porties. Later kan er gewoon steeds een bakje steentjes in een hoekje staan. Hieruit halen de ganzen de steentjes wanneer ze die nodig hebben.

Kippenvoer bevat vaak anti-coccidiose middelen die giftig kunnen zijn voor watervogels. Geef dus nooit kippenvoer aan watervogels!

Minimum afmeting vijver voor ganzen

Ganzen zijn veel op het land en hebben aan een relatief kleine vijver voldoende om hun verenpak in vorm te houden. Hiervoor voldoet een vijvertje van 1,5 x 1,5 m al. De diepte is minder van belang, zolang ze maar goed kunnen badderen. Een diepte van 50 cm is een goed uitgangspunt. 

Inrichting van de vijver

Het is belangrijk dat de oevers van een watervogelvijver geleidelijk oplopen zodat de vogels makkelijk het water uit kunnen komen. Sommige liefhebbers maken rondom de vijver een rand met grind, die makkelijk schoon te houden is. Andere liefhebbers maken een brede rand van beton. Als de rand van de vijver aan de smalle kant is hebben ganzen soms de neiging om met een natte snavel in het zand te gaan wroeten. Het gevolg is een modderrand rond de vijver en een hoop zand in de vijver. 

Volière, leewieken of vrij laten vliegen?

Volières hebben voor ganzen geen meerwaarde: de oppervlakte zal nooit zodanig kunnen zijn dat ze daadwerkelijk kunne vliegen. Mochten ze op kunnen vliegen dan gaat dat met zo'n snelheid dat ze direct tegen het gaas aanvliegen en zichzelf beschadigen. Vrij laten vliegen heeft meestal tot gevolg dat ze elders een territorium gaan zoeken. Hooguit kunnen inheemse grauwe ganzen eerst gekortwiekt kunnen worden gehouden in een grote parkvijver, kasteelgracht o.i.d. Alleen bij dergelijke hele grote vijvers is de kans groot dat ze ook later zullen blijven. Parkganzen zijn zo zwaar dat ze alleen kleinere afstanden kunnen vliegen. Bovendien zijn ze van nature erg honkvast. Na een gewenningsperiode kunnen parkganzen dus ook vrij rondlopend worden gehouden. Voor alle andere soorten ganzen is dit geen optie: ontsnapping van deze exoten moet worden voorkomen.  

Minimale oppervlakte van het verblijf

Voor ganzen is een minimale ruimte van 10 x 10 meter per paartje nodig. 

Inrichting van het verblijf

De inrichting van een perk voor ganzen kan erg 'minimalistisch' blijven: ze hebben het meeste aan een goede grasmat om op te kunnen grazen. Het is het beste wanneer het gras zo hard groeit dat het 's zomers nog gemaaid moet worden: dan hebben de ganzen in de winter ook nog wat. Een open ruimte zonder veel beplanting wordt meer op prijs gesteld als veel beschutting. Toch is ook een beschutte plek uit de wind nodig. Hiervoor kunnen een aantal coniferen of een schutting dienen. Ganzen maken hun nest het liefst 'aan één kant tegen een beschutting' dus bijvoorbeeld tegen een conifeer of tegen een schutting. Naar de andere kant houden ze graag open zicht.

Omheining van het verblijf

Voor watervogels lijkt een gazen omheining op gras-stengeltjes. Gras van die dikte kunnen ze makkelijk wegdrukken om erdoorheen te lopen. Dat proberen ze ook met gaas. Wanneer gaas te grofmazig is steken ze hun kop erdoorheen en proberen dan die 'sprietjes' weg te duwen. Dit gaat ten koste van de veren op de nek, die behoorlijk kunnen beschadigen. In het ergste geval komen de vogels zelfs klem te zitten. Gaas moet dan ook altijd zo fijnmazig zijn dat de watervogels hun kop er niet doorheen kunnen steken. Het is het beste wanneer ook eventuele jongen dat niet kunnen. Verder moet het gaas geen scherpe uitsteeksels hebben. In de praktijk voldoet geplastificeerd volieregaas redelijk. Veel liefhebbers gebruiken liever helemaal geen gaas. In plaats daarvan maken ze lage muurtjes of schuttingen waar de watervogels niet door- of overheen kunnen kijken. Op deze manier hebben ze niet de neiging 'door de omheining te willen gaan'. Bovendien kunnen agressieve soorten vlak naast elkaar worden gehuisvest, zonder dat ze elkaar door de omheining willen aanvallen.

De hoogte van de omheining kan vrij laag blijven. 100 cm is voor ganzen ruim voldoende. 

Wanneer paartjes van de soorten uit het zuidelijk halfrond in aangrenzende perken worden gehouden is het beter lage muurtjes of schuttingen als afscheidingen te gebruiken. Zolang ze elkaar kunnen zien zullen ze blijven proberen elkaar door de afscheiding heen aan te vallen. 

Aantal ganzen in een groep

Volwassen ganzen leven paarsgewijs. Paartjes verdedigen in het voorjaar een territorium tegen soortgenoten en ook tegen andere watervogels. De soorten van het noordelijk halfrond hebben een heel klein territiorium van enkele tientallen meters wat bij voorkeur tussen territoria van soortgenoten in ligt (semi-koloniebroeders). Als de ruimte voldoende groot is kunnen deze soorten met meerdere paartjes bij elkaar worden gehouden. De soorten van het zuidelijk halfrond zijn zo agressief dat paartjes zonder medebewoners gehouden moeten worden. Het is beter om geen trio's (mannetje met twee vrouwtjes) te houden. Trio's leveren vaak gespannen situaties op en regelmatig blijven de eieren van één van de vrouwtjes onbevrucht.

Hoe kunnen mijn ganzen overwinteren

Gezonde ganzen kunnen lage temperaturen goed verdragen. Voor het onderhoud van hun veren hebben ze in de winter wel dagelijks badwater nodig. Een uitzondering hierop vormen enkele Afrikaanse soorten die bij temperaturen van onder 10 graden al naar binnen moeten. Nijlganzen (ook uit Afrika) zijn wel weer winterhard.

Cereopsis of Hoender gans (Cereopsis novaehollandiae)
Manengans (Chenonetta jubata)
Andesgans (Chloephaga melanoptera)
Magelhaengans (Chloephaga picta)
Grijskop gans (Chloephaga poliocephala)
Meer weten over:

Deel dit artikel: