| Roze oor eenden |
|
|
|
| Geschreven door Dirk Hauwert |
| woensdag 27 juli 2005 01:00 |
|
Eind 2001 kon ik eindelijk een paartje Pink-Eared ducks (Roze oor eenden) toevoegen aan mijn collectie watervogels. Het paartje was al enkele jaren oud en gewend om Lundi voer te eten. Een zorg minder dus. Daarnaast zeefden ze de gehele dag het wateroppervlak af naar algen, waterlarven en andere kleine vliegjes. Iedere dag weer was het een prachtig schouwspel om hiernaar te kijken. Het verenkleed is bovenop de rug mat egaal bruin van kleur. Rondom het oog is een donker 'masker' wat in een dunne streep tot ver achterin de nek reikt. Precies achter het masker en onder het begin van de streep zit het bekende roze oortje. De winter stond voor de deur. Hoewel ze redelijk bestand zijn tegen een winters klimaat zoals die in Nederland, maak ik mij altijd zorgen in deze periode van het jaar. Ondanks een aantal dagen met matige strenge vorst en periodes met veel nattigheid is het paartje goed door de winter gekomen. De lente brak aan en het weer werd weer aangenaam. De watervogels genoten weer van de warmere zonnestralen en zo nu en dan zag je al wat paringsrituelen ontstaan op de vijvers. Aangezien de Pink-Eared ducks al enkele jaren oud waren hoopte ik stiekem dat ook deze watervogels het paringsritueel zouden overnemen van de anderen. Veelal zat het paartje dicht bij elkaar in de buurt aan de waterrand of op een drijvend eiland in de vijver. Toch zag ik ook regelmatig een behoorlijke afstand tussen de twee maar merkte wel dat er onderling contact bleef. Hier en daar waren enkele nestkastjes in gebruik genomen door watervogels maar ik zag nog geen enkele activiteit ontstaan bij de Pink-Eared ducks. Terugkijkend op een succesvol broedseizoen met prachtige jongen van fluiteenden, eiders, talingen en zaagbekken was ik toch ook enigszins teleurgesteld. De Pink-Eared ducks hebben het broedseizoen overgeslagen en genoten alleen van het mooie weer. Ondanks dat het paartje al enkele jaren oud was en in een voorgaande periode wel tot succes een nestje met bevruchte eieren heeft gehad, bleef ik optimistisch en hoopte volgend jaar een beter resultaat te behalen met dit paartje. De herfstperiode was koud en vooral ook nat, maar de Pink-Eared ducks hielden zich prima en deden zoals iedere dag hun zeefactiviteiten op het water. Onderhoudswerkzaamheden aan de vijvers en enig snoeiwerk aan het groen kon de watervogels niet van hun stuk brengen. De winter begon al vroeg. Eind november was het kwik al beneden de nul graden overdag om 's avonds nog verder te zakken. De watervogels zochten veelal beschutting in of onder de graspollen of zochten het water op. Het water wat de vijver vult komt uit een bron met een constante temperatuur van zo'n 12-14 graden Celsius. Afwisselend met periodes waarin de temperatuur enkele graden boven nul bleef, hield de winter lang stand. Pas eind maart was merkbaar dat het winterse weer wegbleef. De watervogels hebben hun slagpenrui achter de rug. Ook nu begon het paringsritueel weer duidelijkere vormen aan te nemen op de vijvers. Naast mijn dagelijkse werkzaamheden opserveerde ik voornamelijk het gedrag van het paartje Pink-Eared ducks. Opmerkelijk was de strijd die het paartje had met de toch al vrij dominante Witwang Fluiteenden. De Witwang Fluiteenden bestond uit een groep van 4 paren die hierdoor de overhand hadden op de vijver. De Java Fluiteenden hielden zich gelukkig afzijdig van de burenruzies die dikwijls ontstonden. Mei. Het broedseizoen was weer begonnen. Ook nu waren weer vele nestkastjes bezet door diverse watervogels, maar geen van alle nestkastjes werd tijdelijk bewoond door het vrouwtje van de Pink-Eared ducks. In de nazomer heb ik besloten, samen met de grootgebrachte jonge watervogels van dat jaar, ook de Witwang Fluiteenden weg te doen. Het besluit was moeilijk aangezien dit toch een van mijn geliefde watervogels is die ik vele jaren heb gehad. Nadien was op de vijver aanzienlijk meer rust merkbaar maar de Pink-Eared ducks veranderden niet in hun gedrag. Ook in het jaar (2004) heb ik helaas een broedseizoen moeten afsluiten zonder enig merkbaar paringsgedrag bij de Pink-Eared ducks. Het paartje bereikte de leeftijd van tien of elf jaar waardoor de kans op het wegraken van ??n van beiden groter werd. Uiteindelijk heb ik besloten om het paartje Pink-Eared ducks toch te houden. Verplaatsen naar een andere omgeving zou teveel stress opleveren. ?Laat ze maar lekker zwemmen en genieten van hun laatste jaartjes?. Dat heb ik vaak gedacht als ik het paartje weer zag zwemmen op de vijver. Sinds ik gebruik maak van de waterbron om mijn vijvers te voorzien van vers water dat als voordeel een constante temperatuur heeft in zomer en winter, heb ik last van enige roestvorming wanneer het water in contact komt met de openlucht. Dit is een veel voorkomend probleem bij bronwater en bij een aantal andere watervogelliefhebbers is hun roestvorming heviger dan bij mijn bronwater. Ik maakte mij dan ook niet veel zorgen hierom. Toch heb ik besloten om mijn bronwater weer eens te laten testen. Een goede vriend van mij werkte bij het Rijks Universiteit Utrecht en Gezondheidsdienst voor Pluimvee Doorn. Uit de testmonsters bleek dat niet alleen de hoeveelheid ijzer duidelijk aanwezig was, maar ook een licht verhoogde concentratie zout in het water voorkwam. Een verhoogde concentratie zout in het water is voor vele watervogels schadelijk. Sommige watervogels zoals zee-eenden of eiders hebben hier nauwelijks last van. De test gaf in ieder geval aan dat hiertegen actie genomen moest worden. Een ontzoutingsinstallatie was voor mij geen optie waardoor ik min of meer werd gedwongen om gebruik te maken van het water wat in de naastgelegen sloot zat. Ik heb mijn vijver vanaf dat moment gevuld met 50% bronwater en 50% slootwater om zo het zoutgehalte terug te brengen tot acceptabele waarden. {mospagebreak}De winter van 2004 stond voor de deur. Een periode van kou, vorst en nattigheid die mij jaarlijks enige zorgen bracht. "Hoe kom ik de winter door als ik minder bronwater kan pompen", Dat was een vraag waarmee ik worstelde. Immers, de kans op bevriezing van het totale wateroppervlak was aanmerkelijk groter dan voorgaande jaren doordat ik minder gebruik maakte van het bronwater. Een zware luchtpomp met bruisballen bracht hierin uitkomst. Door het continue toevoegen van zuurstof aan het water zou dit niet alleen de kwaliteit van het water verbeteren maar gaf aan de oppervlakte voldoende beweging om bevriezing van het water te voorkomen. Na de eerste periode van vorst kreeg ik meer vertouwen in deze oplossing. De Pink-Eared ducks zaten, net als alle andere watervogels, rondom de plaatsen waar de bruisballen voor openwater zorgden. In maart werd in heel Nederland records gebroken door hevige sneeuwval. Bij mij was ruim een halve meter sneeuw gevallen wat natuurlijk bij de watervogels ook voor problemen zorgden. Gelukkig bleef de sneeuw niet lang liggen want het broedseizoen was in aantocht. In april zag ik de eerste paringsrituelen alweer ontstaan op de vijvers. De eiders produceerden alweer flink wat geluid. De eiders kondigden hiermee weer aan dat ik mijn schuur weer moest inrichten voor het broedseizoen. Het plaatsen van polyester opfokbakken en aansluiten op de riolering is een van de taken die dan verricht moet worden. Mijn aandacht werd getrokken door een hevig gespetter op een vijver. De Pink-Eared ducks zaten continue achter een nonnetje aan die dacht te kunnen genieten van een stukje zwemmen. Het enige wat hem nog restte was zo snel mogelijk de vijver te verlaten. Blijkbaar hadden de Pink-Eared ducks het alleen op hem voorzien gezien de overige watervogels die zonder problemen op het water konden dobberen. Dit was een vreemd gedrag wat ik nog niet eerder heb waargenomen bij het paartje Pink-Eared ducks. Na weer een arbeidzame dag zoals velen kom ik tegen de avond thuis. De tuin met daarin de vijvers is zodanig gepositioneerd dat ik vanuit huis mooi overzicht heb op de watervogels. Na een blik te hebben geworpen op de vijver liep het kippenvel over mijn gehele lichaam. Ik kon nog net waarnemen dat de Pink-Eared ducks hadden gepaard. Na de paring werd een klein 'dansje' opgevoerd door beiden. Dit dansje bestond uit het rechtop houden van één van de vleugels en het in een cirkel zwemmen van het paartje. Dit onder luidt gierend gefluit van beiden. Na al die jaren zonder enig opmerkbaar veranderend gedrag in de paringstijd was nu dan toch het onwaarschijnlijke waargenomen. De periode daarna heb ik naast mijn arbeid de Pink-Eared ducks nauwelijks uit het oog verloren. Ik heb vele paringen mogen aanschouwen en vele inspecties in diverse nestkasten. In de periode van broed zat het mannetje in de dichte nabijheid van het nestkastje waar het vrouwtje op haar eieren zat te broeden. Wanneer het vrouwtje van haar nest kwam, werd de territoriumbewaking verscherpt. Sommige watervogels werden gedoogd, andere kregen nauwelijks de kans om in het water te zwemmen. Zelfs wanneer ik af en toe een korte blik wierp in het nestkastje om zo te kunnen inschatten hoe de natuurbroed verliep, werd mij dit niet in dank afgenomen. Op dag 28 heb ik de eieren uit het nestkastje gehaald en in de uitkomstmachine geplaatst. De volgende ochtend kon ik al enkele kleine haarscheurtjes waarnemen. Na het beluisteren van de eieren hoorde ik de jongen tikken tegen de binnenkant van de eierschaal. Een enorme uitdaging voor ieder jong wat zich moet bevrijden uit zo'n harde omhulsel. Zonder de natuur een handje te helpen waren uiteindelijk alle vijf de eieren uitgekomen. De jongen lagen na een enorme inspanning versuft in de uitkomstmachine. Enkele uren later hoorde je het piepen onder de deksel vandaan komen. De jonge Pink-Eared ducks waren blijkbaar weer op krachten gekomen. De warmtelamp in de polyester opfokbak stond al enige tijd aan. Bij het plaatsen van de jongen in de opfokbak konden ze direct onder de warmtelamp. Afkoelen van de jongen was hierdoor uitgesloten. Vanaf de eerste dag heb ik de jongen korte tijd in het water gelaten, zonder hen uit het oog te verliezen. Na hun baddertijd plaatste ik een tussenschot tussen het verblijf en het water. Mij was verteld dat het voer niet in het water mocht drijven maar in een kleine watersilo met daarin Lundi Micro. Het heeft mij totaal geen inspanning gekost om de jonge eendjes aan het eten te krijgen. Het gebruik van de kleine watersilo met wat voer was voldoende om de jongen te laten wennen aan het voeder. Op dag twee na uitkomst heb ik een filmpje gemaakt dat te zien is op deze website bij Downloads. De jongen waren direct handtam in tegenstelling tot de buren in de naastgelegen opfokbak. Die bij het zien van een van mijn lichaamsdelen direct in paniek raakten. De kritische grens van 10-12 dagen is reeds verstreken. Voor de eerste periode na uitkomst hebben de jongen voldoende antistoffen meegekregen van moeder. Om zich zo te wapenen tegen bacteriën en infecties. Maar na deze kritische grens moeten de jongen zelf de antistoffen gaan aanmaken. Toch had ik enige zorgen om één van de vijf jongen. Deze bleef wat achter in groei maar at verder wel goed. Mijn zorg was niet geheel ongegrond. Mijn vrouw vond de daaropvolgende dag het jong dood in de bak. Volledig afgekoeld en verstijft. De overige vier zaten nog onder de warmtelamp alsof er niets was gebeurt. Tja, dat is de natuur! De sterkste zullen overleven. Nu we ruim een tweetal maanden verder zijn, mag ik spreken over een succesvolle broedperiode die al mijn verwachtingen overtreft. Een kroon op mijn liefde voor deze hobby en tevens een paar prachtige watervogels rijker! Wil je tips of heb je een vraag die je graag wilt stellen, je kunt mij altijd bereiken via e-mail. {moscomment} |








Het overige verenkleed is bruin licht crèmegrijs gestreept. De snavel is donkergrijs blauw en heeft veel weg van een spatelvorm. Dit komt door de zachte ?huid? kwabben waarin vele zenuwen zitten. Hiermee kunnen ze de trillingen waarnemen die veroorzaakt worden door de vliegjes en waterlarven bij het wateroppervlak tijdens het zeven van het water.
Uiteindelijk heeft het paartje gekozen voor een holle boomstam nabij het water met de opening op het zuiden gericht. De boomstam was omsloten door hoge vegetatie van graspollen. Eind mei heb ik het eerste, bijna 5 centimeter lange, crèmekleurige ei gezien in een nestje wat voornamelijk bestond uit dons. Vooreerst het volume dons in vergelijking met de grootte van het eendje slaat alle record. Een eidereend zou hierop jaloers kunnen zijn. Het dons is voorzien van minuscule haakjes zodat dit prima aan elkaar hecht. De broedduur van 29 dagen is vrij opmerkelijk voor een relatief klein lichtgewicht eendje. Ondanks de aanwezigheid van een broedmachine waarin ik al vele eieren heb uitgebroed, had ik besloten het vrouwtje zo lang mogelijk op het nest te laten zitten. Na het vijfde ei begon het vrouwtje aan de broedperiode.