| Zaagbekken zijn visetende duikeenden |
| Geschreven door Trouw: Henk van Halm |
| zondag 09 december 2007 14:39 |
|
De middelste zaagbek is slanker dan de grote zaagbek, wat vooral in de vlucht opvalt. Hij heeft een dunnere hals en ligt dieper in het water. Hij is wat kleiner dan een wilde eend, heeft een lange, dunne haaksnavel en een piekerige dubbele kuif. Hij heeft wat moeite met van het water opstijgen, maar is hij eenmaal in de lucht, dan vliegt hij met snelle en krachtige wiekslag, gewoonlijk laag over het water. Meestal zie ik middelste zaagbekken zwemmend. Ze duiken vaak en zwemmen een heel eind onder water, zoals ook duikers, futen en aalscholvers doen. In IJmuiden zag ik dat vaak tussen de pieren. Ze komen steevast boven met een botervisje of een puitaal in de rode snavel. Die glibberige prooi houden ze gemakkelijk vast door de gezaagde randen van hun snavel. Soms komt alleen de kop boven water. Karakteristiek zijn de bonte kleuren van het verenkleed van het mannetje: op de borst roodbruin, de flanken en een halsband wit, rug en kop zwart met groenige glans. Het vrouwtje heeft een bruine kop en rafelkuif, is grijs van onderen, lichtgrijs op de flanken, wit op keel en borst en donker op de rug. Video Middelste Zaagbekken[youtube:http://www.youtube.com/watch?v=9aigEYTvPf0] Tags: |





De overwinterende middelste zaagbekken komen uit Scandinavië en IJsland. Het meest zijn ze hier in januari en februari, vooral in de westelijke Waddenzee, het noorden van het IJsselmeer en de Delta en hier en daar langs de kust. Ze verblijven meer op beschutte plekken dan op open zee.