| Nesten met een luchtje |
| Geschreven door Friesch Dagblad |
| woensdag 17 januari 2007 21:31 |
|
Nesten van weidevogels worden minder vaak verstoord als in de buurt geurstoffen liggen van wolven, beren, lynxen en mensen. Dat blijkt uit een onderzoek van de studenten Daan Witlox en Daan Vreugdenhil van het Van Hall Instituut in Leeuwarden. Ze deden het onderzoek in de buurt van Grootegast en Buitenpost. Veel eieren van weidevogels worden in het voorjaar opgegeten door roofvogels en roofdieren. Weinig aan te doen. Maar misschien is er nu een oplossing. Want geurstoffen kunnen die laatste groep grondpredatoren op een afstand houden, concludeert Vreugdenhil op basis van het onderzoek. Veel weidevogelbeschermers gaan ervan uit dat vooral de vos veel eieren rooft, maar volgens de studenten zijn er veel meer zoogdieren die eieren op hun menu hebben staan. De hermelijn en wezel bijvoorbeeld, maar ook egels en ratten verorberen nogal eens een eitje. De studenten maakten geurballen om te zien of die de legsels zouden beschermen. Ze gebruikten de geurstof Duftzaun, waarin de territoriumgeur zit van de beer, de wolf, de lynx en de mens. Het synthetische middel, dat in purschuim werd gespoten, bleef zes weken werkzaam. De twee studenten legden de geurballen vlak in de buurt van de nesten van weidevogels, en bekeken vervolgens of er nu meer eieren uitkwamen dan zonder bescherming. Dit bleek inderdaad het geval. Maar het verschil was, zoals dat in onderzoeksjargon heet ,,niet significant”, merkt Vreugdenhil op. Het betrof 1 procent per dag. Dat lijkt weinig, maar ervan uitgaand dat een kievit vier weken broedt, heeft een legsel omringd met een geurstof 28 procent meer kans op overleving, aldus het onderzoek. De nesten in eenzelfde weiland waar de geurballen niet omheen lagen, hadden een grotere kans ten prooi te vallen aan predatoren. De ene vogelsoort werd door de geurballen overigens meer gemeden door roofdieren dan de andere, met een verschil van soms wel 20 procent. Van de kievit (ljip) werden de legsels veel beter bewaard door een geurbal in de buurt dan die van de grutto (skries). De studenten deden ook nog een proef waarbij ze een heel gebied afschermden met geurballen. Maar het omringen van een heel weiland met geurstoffen had weinig effect. De zoogdieren doorbraken de geurgrens en roofden vervolgens rustig een eitje van een kievit, grutto, scholekster (strânljip) of tureluur (tjirk). Volgens Vreugdenhil is er uitgebreider onderzoek nodig om wetenschappelijk echt duidelijk te krijgen wat precies het effect van geurballen is op het primair reproductiesucces van weidevogels. ,,Onze steekproef was klein. Onderzoek in een groter gebied zou interessant zijn.” Duftzaun helpt in elk geval niet tegen roofvogels, omdat die zich niet laten leiden door geur maar alleen afgaan op hun zicht. Het onderzoek ‘Er hangt een luchtje aan’ werd grotendeels uitgevoerd in het Zuidelijk Westerkwartier, waar Staatsbosbeheer en de Agrarische Natuurvereniging De Eendracht nauw samenwerken om weidevogels te beschermen. Het is een gebied met een relatief hoge weidevogeldichtheid. Maar het aantal predatoren neemt er sterk toe. |




