| Dwerggans in Nederland in kaart gebracht |
| Geschreven door Sovon |
| vrijdag 21 april 2006 16:03 |
|
Het onlangs verschenen rapport kwantificeert de toename. Tegenwoordig worden ruim 120 vogels per winter vastgesteld; grotendeels dieren van Zweedse herkomst. De maxima in Nederland zijn groter dan de (Zweedse) populatieschattingen, zodat een andere herkomst (elders uit Scandinavië, Rusland?) niet uitgesloten is. Een groot deel van de vogels uit Zweden komt uit eigen reproductie en is niet meer door middel van kleurringen herkenbaar. De dwergganzen houden er in Nederland zes pleisterplaatsen op na: de Anjumerkolken bij het Lauwersmeer, het Oudeland van Strijen, Hoekse Waard, Abtskolk en De Putten bij Petten, de Korendijksche Slikken aan het Haringvliet, Polder Biert ten zuidwesten van Rotterdam en Doniaburen bij Ferwoude aan de Friese IJsselmeerkust. Opvallend is de sterke binding aan bepaalde percelen of delen daarvan. Het blijkt dat de meeste dwergganzen via de Anjumerkolken het land binnenkomen en in de loop van het najaar direct, of via Petten en Ferwoude naar het noordelijk Deltagebied verhuizen. Eénmaal daar gearriveerd, bestaat er slechts een geringe mate van uitwisseling tussen de drie Zuidwest-Nederlandse pleisterplaatsen, ook al liggen ze maar 10 tot 20 kilometer uit elkaar. In het voorjaar wordt opnieuw een deel van de vogels bij Anjum gezien. Rapporten zijn in pdf-opmaak via www.sovon.nl (publicaties, 2005) te downloaden. Tags: |





Dwergganzen zijn van oudsher zeldzaam in Nederland. In 1981 werd een herintroductieproject in Zweeds Lapland opgezet om de door jacht bedreigde dwerggans met hulp van 'foster-parent' brandganzen via een veilige trekroute naar de Noordzee-landen te loodsen. Nu worden er in het winterhalfjaar rond de 100 in Nederland gezien. Om hoeveel vogels het precies gaat en waar deze pleisteren, was de vraag van de Directie Natuur van het Ministerie van LNV aan SOVON.